De mythe van Melifera

Boek Leesfragment Interview Recensies Meer

Meer

Roos Boum wint verhalenwedstrijd Proza schrijven

Roos Boum kan een prachtig spannend verhaal schrijven. Dat was natuurlijk de eerste graadmeter: is het goed geschreven? Verwoordt de auteur het verhaal soepel? Een dergelijk criterium gaat eigenlijk vooraf aan of het een spannende plot betreft. Een onbeholpen geschreven vertelling zal immers niet snel die spanning bij de lezer creëren.
Daarnaast heeft Roos elementen gebruikt die verhaaltechnisch goed werken: de besloten ruimte van het schip is een prima omgeving om de verstikking, onmacht en walging te versterken die de hoofdpersoon voelt, en functioneert mooi als theater voor de apotheose. Een ogenschijnlijk klein beeld als het kerven in de muur èn de eigen huid bij elke afgedwongen seksuele vernedering, versterkt de gruwelijkheid. De gebruikte beelden zijn soms verluchtigend (drijvende inlegkruisjes als reddingssloepjes), soms krachtig versterkend (de heipaal in mijn hersenpan). Het onverwachte perspectief en verrassende slot maken de plot rijker.

Roos Boum op TheSword

Interview in Pure Fantasy nr 26

Vertel ons eens: wie is Roos Boum?
Roosje Boum is een meisje van bijna vijftig, ik geloof namelijk niet dat ik ooit echt volwassen zal worden. Zeg nou zelf, volwassenen die er schaamteloos op los fantaseren … Maar ach, als je zegt dat je schrijver bent, dan wordt het je vergeven.
Wat heb je met schrijven?
Lezen en schrijven is mijn leven. Alleen jammer genoeg lees ik niet meer zo veel boeken. Ik ben altijd bang dat de schrijfstijl van anderen de mijne zal beïnvloeden. Schrijven deed ik al op mijn elfde toen ik mijn eerste boek schreef, verder las ik alles wat los en vast zat, voornamelijk om me te onttrekken aan de realiteit. Ik groeide namelijk op zonder toekomst aangezien mijn moeder een ongeneeslijke ziekte voor me had bedacht waaraan ik jong zou overlijden. Vreemd genoeg bleef ik maar leven; volgens mijn moeder een wonder. Op mijn veertigste ontdekte ik dat ik mijn eigen wonder was, dat mijn moeder alles verzonnen had, kindermishandeling door middel van Münchhausen by proxy had gepleegd en ik helemaal nooit ziek ben geweest. Om die “wondre wereld” van mijn verscheurde jeugd te begrijpen, ben ik al mijn herinneringen gaan opschrijven.
Je hebt al een aantal boeken geschreven; kun je daar iets meer over vertellen?
Al die opgeschreven herinneringen werden een autobiografie die ik heb uitgegeven in eigen beheer, ik heb niet eens gezocht naar uitgevers omdat ik niet verwachtte dat ook maar iemand belangstelling voor mijn verhaal zou hebben. Ik plaatste ter informatie over deze vorm van kindermishandeling artikelen her en der op het internet en binnen twee weken stonden er twee uitgevers in mijn mailbox met de vraag of ze het boek mochten publiceren. Een enorme luxe die maar weinig debutanten gegeven is. Ik koos voor SWP omdat zij niets (behalve correctie) aan het boek wilden veranderen, hetgeen ik een groot compliment vond en zo werd in 2007 “Valse salie” geboren.
Omdat ik vond dat kinderen ook moesten kunnen lezen over deze vorm van kindermishandeling, heb ik in 2008 voor Niño kinderboeken een spannend boek 9+ over Münchhausen by proxy geschreven, “Doodziek en springlevend?”.
Gezien de enorm positieve reacties op beide boeken, besloot ik de schrijfsels die ik altijd ben blijven maken, vooral over het emigreren naar Frankrijk, te vatten in een boek dat in 2009 uitkwam bij SWP als “Du vin, du pain, du… pindakaas?”.
Je bent ook proeflezer en redacteur voor bevriende thrillerauteurs; wie zoal en is redactiewerk leuker dan zelf schrijven?
Nee, ik vind zelf schrijven leuker dan redigeren. Ik ben niet zo van de rode pen. Té schoolfrikkerig en daarbij vind ik het in bijvoorbeeld mijn huis leuk iets nieuws te bouwen, maar niet leuk om schilderonderhoud te moeten doen. Ik houd van creëren, niet van repareren. Schrijven is creëren, redigeren is een soort van onderhoud. Dus nee, dat is niet mijn favoriete bezigheid, maar ik help wel erg graag collega’s. Het schijnt dat ik goede plotsuggesties kan doen en oog voor continuïteitsfouten heb. Ik voel me altijd vereerd als collega’s mij vragen hun schrijfsels door te lezen. Als auteur is het vaak eng je “kind” uit handen te geven aan iemand anders; wat zal diens oordeel zijn. Met dat gevoel moet je als proeflezer zorgvuldig omgaan. Uiteraard heeft niemand wat aan zachte heelmeesters en het is een uitdaging om daar een gulden middenweg in te vinden. Daarbij is het erg leuk om als een van de eersten een verhaal van bijvoorbeeld Jean-Paul Colin of een boek van bijvoorbeeld Judith Visser, waarvoor ik vaste proeflezer ben, onder ogen te krijgen. Daarnaast spit ik manuscripten van collega’s door daar waar kennis over paarden is vereist. Paardengek als ik ben, kan ik ze daar in detail bij helpen.

Hoe groot is de schrijfpassie?
Groot. Heel groot. Ik ben meer dan fulltime met schrijfgerelateerde dingen bezig. Ik sta er (vroeg) mee op en ga er (laat) mee naar bed. Letterlijk. Ik onderbreek mijn werkzaamheden alleen voor eten en mijn dieren, en dan nog zitten de schrijfdingen in mijn hoofd en dat zeven dagen per week. En de enkele keer dat ik geen schrijfflow heb, dan heb ik er geen enkel probleem mee een tijdje niet aan dat specifieke manuscript te werken, dan zijn er nog zoveel andere (schrijf)dingen te doen. Er zijn schrijvers die per se minimaal duizend woorden per dag op papier willen zetten. Dat werkt voor mij niet. Zodra iets “moeten” wordt, haak ik af. “Moeten” haalt voor mij de creativiteit uit een proces. Het is voor mij geen werk, maar inderdaad een passie.
Echter bovenstaande schets betreft de winter. In de warme maanden werk ik met mijn vriend ’s middags aan de verbouwing van ons huis en als het volop zomer is, las ik een schrijfstop in om te genieten van al het moois dat ons hier in Frankrijk omringt.
Voor sommigen is het onbegrijpelijk dat je altijd met schrijven bezig kunt zijn, maar taal is een prachtig medium. Het is een uitdaging om de lezer precies datgene te laten denken wat jij wilt. De lezer op het verkeerde been te zetten, hem te foppen, maar ook om hem met een daverend plot tevreden te stellen. Ik vind het bijvoorbeeld een enorm compliment dat mijn lezers geëmotioneerd zijn door tot nu toe al mijn boeken en een traantje moeten wegpinken. Zelfs bij een kort verhaal van twee A4’tjes dat ik onlangs schreef en publiceerde op een site, kreeg ik weer van een stuk of vijf lezers te horen dat ze erom moesten huilen. Nu is het niet zo dat ik iedereen maar wil laten huilen, maar het is toch prachtig als je dat met woorden los kunt maken bij mensen? Het komt misschien omdat ik een intuïtieve schrijver ben. Ik schrijf wat ik wil in alle soorten genres en ik voel volgens mij wel aan wat mensen wel of niet beroert. Het is net als met toneelspelen, je verplaatst je in de wereld van een ander.
Daarbij ben ik geen schrijver die van te voren netjes een synopsis schrijft en het boek vervolgens naar aanleiding daarvan uitwerkt. Het komt tijdens het schrijven zoals het komt en ik weet van tevoren niet hoe een verhaal zal aflopen. Het vormt zich onder mijn handen als vanzelf en na drie maanden is er een boek van driehonderd bladzijden uitgerold. Dan begint het schaven, schuren, schrappen en herschrijven, ook een heerlijk traject van het schrijfvak.
Je nieuwe boek “De mythe van Mellifera” is onlangs verschenen. Kun je hier iets meer over vertellen?
Tuurlijk, in “De mythe van Mellifera” spelen honingbijen de hoofdrol. Het is een bestiarium oftewel een fabel. Een genre dat je, zelfs binnen de fantasy voor volwassenen, maar weinig in de boekhandels ziet. Het heeft me niet weerhouden het boek te schrijven want als je er vanuit gaat dat volwassenen het raar vinden om gezien vanuit dieren te lezen, dan kom je er niet. Ik zeg met name voor volwassenen, want voor vooral kleine kinderen worden er natuurlijk heel veel bestiaria geschreven, denk maar aan Winnie de Poe of Maya de Bij.
Mellifera, zoals ik mijn boek liefkozend noem, is dan ook een behoorlijk controversieel boek. Volwassenen zijn het niet meer zo gewend om pratende dieren in een boek tegen te komen, vroeger was de fabel veel geaccepteerder. In mijn boek spelen bijen de hoofdrol, maar het is beslist geen kinderboek, daarvoor staan er te veel gruwelijke details in die voor de insectenwereld normaal zijn. Daarnaast heeft het boek meerdere verschillende lagen die aan (jonge) kinderen denk ik niet besteed zijn.
Zoals bij een goede fabel betaamt, vertegenwoordigen de bijen mensen met hun stereotiepe karaktereigenschappen en kaart ik een probleem aan. Ik wil de lezer aan het denken zetten. De mensheid zorgt er op dit moment voor dat de bijen in rap tempo uitsterven. Ik beschrijf de strijd van de Gnari (de wetenden t.o.v. de Ignorantiae, de ontwetenden) om de mensheid te doen inzien dat zij zonder bijen een wereldwijde bestuivingscrisis tegemoet kunnen zien. De wereldvoedselvoorziening zal ernstig in het gedrang komen, daarbij heb ik alle eigenaardigheden van de insecten omgevormd tot fantasty-elementen.
Hier een stukje van de achterflap:
“Mellifera, voor vrienden Mell, is niet van plan binnen zes weken te sterven zoals het hoort. Ze is anders dan de anderen; ze heeft een naam. Mell weigert op te gaan in de grote robotachtige massa welke functioneert als één grote goed geoliede machine, waar iedereen vervangbaar is en overtolligen gruwelijk worden vermoord.
Mell is anders. Anders dan de anderen. Ze ontsnapt uit een sinistere, zwaar bewaakte stad. Een stad zonder ramen. Een lugubere stad waar op de smalle, slecht verlichte straten de macabere restanten van ingekapselde doden liggen. Na ontberingen waarbij ze zwaar gewond raakt en hachelijke ontmoetingen met wespendieven, bijenwolven en honingrovers overleeft, sticht deze honingbij met haar lief Nasanov een eigen stad: Conscientia.
Alsof Mell niet genoeg ellende heeft meegemaakt, wordt ze geteisterd door verschrikkelijke nachtmerries, die altijd eindigen in afgrijselijk sterven. Mell begrijpt dat het haar taak is, de bijen te behoeden voor uitsterven en gaat op zoek naar de in haar dromen beschreven stad. Daar ontmoet ze de godin Hymenoptera, die Mell de moeilijkste taak ooit geeft.
Hoe kwam je op het idee?
Een zwerm honingbijen kraakte een oude bijenkast in mijn tuin. Ik bestudeerde de boeiende diertjes en raakte er niet over uitgelezen op internet en werd steeds meer door hun bizarre wereld, die zoveel parallellen met de onze heeft, gegrepen. Vooral als je de vergelijking met mensen trekt, dan ontstaat er vanzelf een fantasyverhaal. Althans voor mijn schrijversgeestesoog zag ik werksters die zo hard werken dat ze maar energie voor 42 dagen hebben, daarna gaan ze dood. Ik zag nijvere kindermeisjes die er geen been in zien baby’s hun hoofd af te bijten en te kannibaliseren, ik zag kolonieleden die verlamd worden door de bijenwolf zodat diens kinderen hen levend kunnen opvreten. En wat te denken van de deftige koningin met haar gevolg en de wat sullige mannen waarvan er maar enkelen met de koningin mogen paren en dit bovendien met de dood moeten bekopen omdat bij hun leven hun penis wordt uitgerukt. En o ja, de rest van de overblijvende mannen worden allen door de vrouwen vermoord. Voeg daarbij de geheimzinnige bijenverdwijnziekte en het klinkende imkerjargon dat een hoog fantasygehalte lijkt te hebben met woorden als Pterygota, Hymenoptera, Nasanov en Mellifera, en voor mijn ogen ontvouwde zich hun verhaal, “ De mythe van Mellifera” .
Is het schrijven van een dergelijk boek leuker dan hetgeen je tot nu toe hebt gedaan?
Misschien zelfs leuker, maar fictie was in ieder geval weer eens een heel andere uitdaging en zeker fantasy en zéker dit genre onder de fantasy. Ik was erg enthousiast over het verhaal dat ik bedacht had en dus moest het uit mijn hoofd op papier. Ik had het bijenverdwijnprobleem op een non-fictie manier kunnen vertellen, maar dat raakt de mensen niet. Nu is het een bij-zonder boek geworden dat je bij-blijft (lees het boek om deze woordgrapjes te plaatsen, red). Het is zeker geen boek van dertien in een dozijn. Als je aan mensen die veel thrillerboeken lezen, vraagt waar een bepaalde titel over ging, dan moeten ze vaak nadenken. Het lijkt wel alsof thrillers op elkaar beginnen te lijken. Het is moeilijk origineel te zijn als schrijver. Bij De mythe van Mellifera, zijn er mensen die meteen in het boek zitten en er zijn mensen die moeten wennen aan het perspectief gezien vanuit de honingbijen, maar of ze het boek nu wel of niet waarderen, men onthoudt het boek omdat het anders is en bovendien heeft het al meerdere keren vijf sterren gekregen!
Wat heb je verder nog zoal in de pijplijn?
O, genoeg! Over twee maanden verschijnt “Zonder poespas naar de tapas” mijn autobiografische reisroman geïllustreerd met meer dan tachtig foto’s over een reis over het Iberisch Schiereiland. Ergens in juni verschijnt een verhalenbundel over doemdag 2012, waar ik een verhaal voor geleverd heb. Verder heb ik een detective “Dode mannen moorden niet”, negen moorden, negen verhalen, beschreven vanuit negen personages, aangeboden bij een uitgever. Bij een andere uitgever ligt een spannend interactief boek voor 12+ over het milieuprobleem van de plastic soep. Interactief omdat na diverse hoofdstukken de lezer zelf kan kiezen wat de hoofdpersonen zullen beleven en zo meerdere verhaallijnen kan lezen. En ik heb een manuscript klaar met SF elementen en komende winter wil ik een spannende roman voor volwassenen over de misstanden in paardenwereld afschrijven.
Eigenlijk lijk je het al voor elkaar te hebben: enkele boeken op je naam die goed verkocht hebben, een huisje in Frankrijk…
heb je nog wensen over?
Vertaald worden!
(maak deze zin af:) Als ik niet schrijf, dan…
rijd ik paard, wandel ik met mijn honden, reizen we met onze camper, kook ik, eet ik, doe ik het huishouden, verbouwen we ons huis of slaap ik.

Pages: 1 2 3 4 5