De Borneodeal

De BorneodealJacob Vis
ISBN 978-90-8660-390-9
Prijs € 19,95
Verschijnt najaar 2019

Tot 1950 was Borneo voor 95% bedekt met oerbos. Bijna 70 jaar later is de helft van het bos verdwenen voor de aanleg van plantages. In het huidige tempo zal al het oerbos voor het eind van deze eeuw zijn omgevormd in plantages. Het bruikbare hout is handelswaar en de rest van het bos wordt ter plaatse verbrand. Elke zomer drijven zwarte rookwolken over zee naar Singapore waar ze een levensbedreigende smog veroorzaken. Als hun protesten door Indonesië onbeantwoord blijven neemt de regering van Singapore het heft in handen. Ze huurt een enorme oerwoudconcessie op West-Kalimantan en geeft oliepalmplanter Tjibbe Veenstra en bosbouwconsultant Joost Hellweg opdracht methoden te ontwikkelen die de trend moeten zetten voor duurzame bosexploitatie en palmolieteelt.
De twee Nederlanders boeken succes, wat de afgunst wekt van andere planters en bosexploitanten die handjeklap spelen met de corrupte gouverneur Rudy Oetomo en zijn handlangers, onder wie de malafide houthandelaar Bob Sikali. Het project van de veelbelovende, wereldwijd aanvaarde bosexploitatie- en ontginningsmethoden dreigt ten onder te gaan in een poel van corruptie, achterklap en criminaliteit.

Jacob Vis schreef naast twintig thrillers en twee jeugdromans ook drie historische romans over Nederlands-Indië: Tandem, Moerta en Merdeka. De Borneodeal is een spannende roman, die zich dit keer afspeelt in het hedendaagse Indonesië.

Ko Prins kwam bij het krieken van de dag op een antieke BSA. Hij droeg een leren motorhelm, Duitse vliegerlaarzen en een Engelse officiersjas, alsof hij uit de set kwam van een film over de Tweede Wereldoorlog. ‘Daar ben ik,’ zei hij opgewekt. ‘Wat kan ik voor u doen?’
‘Kom eerst van dat ding af. Je komt niet alleen als motorkoerier, hoop ik.’
‘Nee, nee,’ zei hij haastig. Hij stapte af en zette zijn vehikel op de standaard. De BSA wankelde en alleen door hem bliksemsnel vast te grijpen kon hij voorkomen dat hij omviel.
Ik grinnikte. ‘Zet hem tegen de muur, jongen en kom naar de veranda.’
Hij deed wat ik gezegd had. Terwijl hij het trapje opklom, zette hij die malle helm af zodat hij blootshoofds kennis kon maken met Saïda die een blad koffie voor ons neerzette. Prins staarde haar aan alsof hij Kate Winslet in levenden lijve zag.
‘Saïda, mijn vrouw,’ zei ik. ‘Ko Prins, onze nieuwe assistent.’
Ze gaven elkaar een hand. ‘Welkom, Ko,’ zei Saïda, glimlachend op de manier die al talloze mannen in verwarring had gebracht.
‘Dank u,’ stotterde Prins. ‘Dank u hartelijk..’
‘Zo is het wel goed,’ zei ik. ‘Ga zitten, neem een kop koffie en vertel ons wie je bent en wat je komt doen.’
Hij keek ons beurtelings aan, een tikje verlegen, maar allengs met toenemend zelfvertrouwen. ‘Nou, ik ben Ko Prins en ik kom hier leren hoe je een oliepalmplantage runt.’
‘Waarom wil je dat hier doen en niet bij je pa?’ vroeg ik.
‘Omdat pa het doet op de traditionele manier en u een methode ontwikkelt die de standaard voor de toekomst kan worden.’
‘Waarom?’
‘Omdat u afval niet verbrandt, maar een nuttige bestemming geeft als energiebron, of als meststof. We krijgen steeds meer bezwaren van onze klanten tegen de traditionele manier van ontginnen en de palmolieteelt zelf. Gif en zo, u kent dat wel. En dode orang-oetans. Unilever, onze grootste klant, wil alleen duurzaam geteelde palmolie. Wat dat ook moge zijn: één ding is zeker: de meerderheid van de palmolie die hier vandaan komt is beslist niet duurzaam geteeld.’
‘Hoe weten ze dat? Heb jij hier wel eens mensen van Unilever gezien?’
‘Nee. U wel?’
‘Ik ook niet.’
‘Maar..’ Hij keek me verwachtingsvol aan. ‘Dat neemt niet weg dat we toch die kant op moeten.’
‘Waarom?’
‘Zit die jongen niet zo te plagen,’ zei Saïda. ‘Wees blij dat je eindelijk iemand hebt die er net zo over denkt als jij.’
‘Dat wil ik hem zelf laten zeggen, liefje.’
‘Ik zeg het nu voor hem.’ Ze keek hem glimlachend aan. ‘Dat bedoelde je toch, nietwaar?’
‘Ja mevrouw. U slaat de spijker op de kop.’
‘Mooi. Kun je timmeren?’
Hij keek haar verward aan. Wat is dit voor een idioot sollicitatiegesprek? ‘Ja, ik kan aardig met timmergereedschap overweg,’ zei hij, opeens zonder een spoortje verlegenheid. ‘Ik kan ook een motorfiets repareren, een kraan en een shovel bedienen, een boom volgens de regels van de kunst omzagen, een niet al te brede en snelstromende rivier overzwemmen. Ik kan met een geweer omgaan, met een revolver op zestien pas afstand een ei van een fles schieten, een motorboot bedienen, met een kano door stroomversnellingen varen, de Vierdaagse lopen, hout meten, integraal berekeningen maken, een boekhouding opzetten en bijhouden, in zes talen goedemorgen, proost en dank u wel zeggen, op mijn handen lopen, een dubbele achterwaartse salto maken, mijn vader en andere ongeleide projectielen kalmeren. O ja, en ik kan een beetje zakkenrollen.’
‘Laat zien,’ zei ik.
Hij vouwde zijn zakdoek om zijn rechterhand, zwaaide hem heen en weer, klopte me op mijn schouder en legde mijn horloge op tafel. Ik keek hem verbluft aan. Dit was nep. Hij had toevallig net zo’n horloge als ik, maar toen ik steels aan mijn pols voelde bleek dat het wel degelijk mijn horloge was dat daar op tafel lag. Hij rolde het kettinkje van Saïda’s hals en dat was een nog groter kunststuk dan het stelen van mijn horloge, want de sluiting was zo lastig dat ik het ’s morgens voor haar vast en ’s avonds voor het naar bed gaan weer los moest maken. Ze keek al net zo verbaasd als ik naar zijn kunstwerk, voelde aan haar hals en even later zat het er weer omheen, alsof het er niet af was geweest. ‘Jongen, wat doe jij hier?’ vroeg ik. ‘Je kunt steenrijk worden als je in Amsterdam een netwerk met helers opbouwt.’

1. De Borneodeal gaat over problemen die echt bestaan: ontbossing, bosbranden en de gevolgen daarvan voor omringende landen. In hoeverre is de rest van dit boek op de waarheid gebaseerd?
Singapore zucht al jaren onder de rook van de bewust aangestoken bosbranden in Kalimantan en Sumatra. De rook mengt zich boven de stad met fijnstof van het verkeer en de industrie en daarmee een maandenlang durende smog veroorzaakt die voor mensen met zwakke longen dodelijk kan zijn en het leven op straat ernstig bemoeilijkt.
Dat was voor mij de aanleiding om dit boek te schrijven en een oplossing van het probleem te bieden. Het is een mengeling en feiten (facts) en fictie die in de misdaadliteratuur wordt aangeduid als faction. Wat ik schrijf is (nog) niet waar, maar het kan werkelijkheid worden.

2. Je hebt -naast een aanzienlijke hoeveelheid andere boeken - eerder drie historische romans over Indonesië geschreven. Wat is je band met dit land?
Mijn familie van moederskant komt er vandaan.
Op deze foto uit 1911 zit mijn grootvader Dirk Sanders (de hoofdpersoon uit mijn roman Tandem) met mijn moeder Caroline als vierjarig meisje in het bos bij zijn tabaksplantage op Sumatra.
Mijn Javaanse grootmoeder Moerta staat half verborgen achter de boom.

De Borneodeal

3. Je hebt zelf tot 2001 als bosbouwer gewerkt. Je ontkomt er natuurlijk niet aan je eigen ervaringen op dit gebied in je boek te verwerken, maar in hoeverre heb je zelf ook vernieuwende ideeën over duurzame bosexploitatie en palmolieteelt? Gebruik je dit boek om die naar buiten te brengen?
Ik geef in dit boek een revolutionaire methode van bosexploitatie en bosontginning zonder branden van de kapresten en waarbij vernieling van het regenwoud door het uitslepen van de gevelde stammen tot het verleden behoort. Ik heb die laatste methode in mijn eigen beheersgebied toegepast en daar wordt het nog steeds gebruikt om vel- en sleepschade te minimaliseren.

Dat geldt ook voor mijn ideeën over de palmolieteelt, die kennelijk zo interessant zijn dat de hoogleraar in Wageningen die oliepalmteelt doceert het boek gaat aanbevelen bij haar studenten. Een van mijn ‘ uitvindingen’ is een oogstmachine om het gevaarlijke en zware afzagen van de palmtrossen (zoals op het plaatje) volledig te mechaniseren. Het belangrijkste is dat mijn planter geen roofbouw pleegt, maar de bodemvruchtbaarheid wil behouden en zo mogelijk verbeteren.

4. Wat kunnen we in de toekomst van je verwachten? Ben je bezig met een volgend boek?
Mijn nieuwe boek heet De kroonprins. De hoofdpersoon is Julia Wevers, een jonge historica die verliefd is op Ahmed al Rachid, een topmarinier, die naar later blijkt een vooraanstaande IS-strijder is en jarenlang als ‘mol’ een voorbeeldig leven leidt. Ahmed is de beoogd opvolger is van de Grote Leider van IS, Daar komt voorlopig niets van, want hij zit een lange gevangenisstraf uit nadat hij ‘de moeder aller aanslagen’ heeft gepleegd. Julia legt zich niet neer bij hun uitzichtloze situatie. Ze doet met hulp van de AIVD een promotieonderzoek naar Nederlandse vrouwen die hun geliefden volgden naar het Kalifaat van IS. Ze hoopt met haar onderzoek de regering te bewegen die vrouwen met hun kinderen terug te halen naar Nederland en ze te verlossen uit hun Koerdische concentratiekampen waar ze, verlaten door man en vader jarenlang gevangen zitten. En ze hoopt met die repatriëring clementie en vervroegde vrijlating van haar geliefde Ahmed te bewerkstelligen. Dat laatste gebeurt inderdaad, maar om een totaal andere reden dan Julia denkt.
In dit verhaal komen een aantal personages terug uit Don Quichot, mijn voorlaatste boek.

Er zijn (nog) geen recensies beschikbaar.