Het beest van Bakendorp

Het beest van BakendorpPatricia Mollenhauer
ISBN 978-90-8660-447-0
Prijs € 19,95
Verschijnt najaar 2021

Het is levensgevaarlijk om oude beesten wakker te maken ondervindt een Zeeuwse nakomeling van een zwarte slavenhandelaar, als zij sinistere familiegeheimen aan het licht brengt.

De opvallende verschijning Janine is een freelance culinair journaliste met een Nederlands-Ghanese achtergrond. Na lang zoeken heeft ze eindelijk haar stukje hemel gevonden en verhuist Janine met haar man en twee kinderen naar het rustig gelegen gehucht Bakendorp diep in de Zak van Zuid-Beveland.
Haar leven wordt echter ruw verstoord als tijdens verbouwingswerkzaamheden in de tuin de stoffelijke resten van drie mannen worden blootgelegd. Wie waren deze mannen en hoe zijn ze daar terecht gekomen? Het raadsel wordt complexer als uit forensisch onderzoek blijkt dat twee van de drie gevonden mannen alsook zijzélf afstammen van dezelfde voorouder uit West-Afrika, de steenrijke zwarte slavenhandelaar Jacob Rühle (1751-1828).
Zowel aangedaan als geïntrigeerd begint Janine met onderzoek in en rond haar omgeving. De meeste antwoorden vindt ze door het lezen van eeuwenoude dagboeken uit de nalatenschap van haar tante, die het aangrijpende verhaal vertellen over twee families die verbonden en verscheurd raken door ‘vervuild’ bloed. Al snel blijkt dat niet iedereen blij is met haar gewroet in het verleden.

2018 – Bakendorp

“La Bohème, la bohème!”, zing ik met zware stem mee met Charles Aznavour. Genietend van de heilzame voorjaarszon en de fris zoete geur van fruitbloesem, rijd ik met open raam door het fraaie, oeroude polderlandschap richting Baarland. Dit genot wordt ruw verstoord, wanneer uit het niets twee politieauto’s inclusief zwaailichten en loeiende sirene achter mij opduiken. Fijn op zo’n dijk, denk ik, terwijl ik mijn auto voorzichtig naar rechts manoeuvreer. “Hee, stelletje pannenkoekeuh!” roep ik geërgerd als ze met hoge snelheid voorbij scheuren. Nog geen twee minuten later voel ik de haartjes op mijn wangen en nek rechtop staan als dezelfde twee politieauto’s de doodlopende weg inslaan, die naar ons huis leidt. Met gemengde gevoelens parkeer ik mijn auto op de oprit naast de inmiddels uitgestapte politieagenten. Ik graai naar mijn mobiel op de passagiersstoel en zie dat Karl me al drie keer gebeld heeft. Als ik uitstap, komt mijn wederhelft met grote passen mijn kant op.
“Waarom neem jij je telefoon niet op?!”, buldert Karl. Zonder antwoord te geven vraag ik ongerust: “Wat is er aan de hand? Toch niets met de kinderen?!”
“Nee, nee, die zijn gewoon op school”, antwoordt hij op een beheerstere toon,
“De aannemer heeft het graafwerk stilgelegd. Ehm, er is iets gevonden in de tuin”, vervolgt Karl opgewonden, terwijl hij richting de achtertuin loopt.
“Toch geen lijk, hoop ik?”, vraag ik met opgetrokken wenkbrauwen. Mijn man kijkt me kort aan en beent vervolgens naar de zijkant van ons huis. Misschien een bom, gaat door mijn hoofd. Een stukje verder dan de graafmachine staan vier agenten en onze aannemer. De mannen staan licht voorovergebogen in een halve cirkel en staren met een vreemde blik naar iets op de grond. We komen tot stilstand bij het zwijgende groepje mannen en automatisch volg ik hun blik. In een split second realiseer ik mezelf dat dit niét om een bom uit de tweede Wereldoorlog gaat.
“Dus toch een lijk”, mompel ik droog.
De agent tegenover mij kijkt me streng aan, als hij antwoordt:
“Ja, mevrouw Hartmann, een lijk. En 10 meter verderop nóg twee, mevrouw Hartmann.”
“Wát, nog twee? Drie lijken in onze tuin”, reageer ik schaapachtig met drie vingers in de lucht: “Je maakt een grap zeker?” Mijn blik gaat weer naar de botten die hier en daar nog half in de aarde steken. Het is onmiskenbaar het skelet van een mens.

Er is nog (geen) interview beschikbaar.

Er zijn (nog) geen recensies beschikbaar.