Semper Fi

Semper FiEllen Lina
ISBN 978-90-8660-422-7
Prijs € 16,95
Verschijnt najaar 2020

Helena Dijks is achttien jaar wanneer zij in Amsterdam op kamers gaat wonen met haar vriendin Kim. Binnen een week gaat het totaal verkeerd. Kim raakt vermist nadat zij is uit geweest met een jongen, James Rietberghen. In hun zoektocht naar Kim, komen James, Helena en Kjell - Kims broer - nader tot elkaar. Ze vinden Kim er helaas niet mee terug. Bijna twintig jaar later is Kim nog steeds niet gevonden.
Helena heeft inmiddels een indrukwekkende schrijfcarrière opgebouwd. Ze is getrouwd met Kjell en moeder van zoon Senn. James zit in de gevangenis. Helena heeft een flink trauma overgehouden aan haar tijd in Amsterdam, maar dat komt niet alleen door de verdwijning van Kim. Helena kreeg te maken met Semper Fi, een dispuut - bestaande uit negen jongens - woonachtig aan de Oudezijds Voorburgwal. Eigenaar van het pand? James Rietberghen. Over wat haar is overkomen en over de verdwijning van Kim, schrijft Helena het boek Nemesis. Maar als bekend raakt dat Nemesis wordt gepubliceerd, komt het leven van Helena en haar gezin ernstig in gevaar.
Wat is er gebeurd in Amsterdam? Wie bedreigt Helena? En wie kan ze nog vertrouwen?

Inspecteur Ilse van Wijk, politie Amsterdam, Burgwallen

Het is de tweede keer in mijn carrière bij de politie dat ik de kelder op de Oudezijds Voorburgwal binnenstap, de eerste keer als agent, nu als inspecteur, en deze keer ben ik op mijn hoede. Waar het de vorige keer verschrikkelijk mis ging en ik nog jaren last had van nachtmerries, wist ik nu bij voorbaat dat ik de impact van deze kelder op mijn mentale gesteldheid niet moest onderschatten. Schrijver François Mauriac schreef ooit: Waar geen politie is, is een bepaald slag 'nette mensen' tot alles in staat. Alsof hij wist wat er hier gebeurde, achter de verrotte façade van het uptown studentenleven. Twintig jaar geleden trapten we er al in. Hier woonden keurige universiteitsstudenten, dachten wij, maar wat vergisten we ons. Beesten, waren het. Veel te intelligente jongemannen met foute interesses en teveel kennis van moderne technologieën, voor die tijd dan. Blijkbaar heeft het pand een bepaalde aantrekkingskracht op verkeerd volk, want nu zijn we er weer en niet voor de minste melding.
‘Gaat het?’ Thijs, mijn collega, legt zijn hand op mijn schouder. Ik knik, kijk rond. Er is niets veranderd hier ten opzichte van twintig jaar geleden, behalve dat de muren deze keer onder het bloed zitten en er een dode man op de vloer ligt in een flinke plas bloed.
‘Wat is er hier in godshemelsnaam gebeurd?’ vraagt Thijs zich hardop af, terwijl hij naast het slachtoffer door zijn knieën gaat. ‘Deze is in ieder geval neergeschoten.’ Hij wijst naar het hoofd van de man, waar het kogelgat duidelijk te zien is. Het is een gapend gat van donkerrood bloed en verpulverd schedelbot.
‘Daar ligt het patroon,’ wijs ik. Ik loop om de man heen en check zijn achterhoofd, waar de kogel inderdaad het hoofd weer heeft verlaten. ‘De schutter stond niet te ver weg en heeft hem goed geraakt, in ieder geval.’
Thijs zucht en knikt. ‘Zou het weer een afrekening zijn?’
‘Hier?’ Ik kijk op. ‘Ik gok dat dit alles te maken heeft met het nieuws rondom het boek van Helena Huijgens. Ik neem aan dat je dat verhaal hebt meegekregen?’
‘Semper Fi …’ fluistert Thijs. Het is de Engelstalige afkorting van het Latijnse woord Semper Fidelis, wat immer trouw betekent. ‘Zullen we er ooit van verlost raken? Dat netwerk is als een woekerende, agressieve kankersoort.’
‘Maar moordt Semper Fi ook?’ Ik frons mijn wenkbrauwen, kijk om me heen. Het is net een slachthuis hier. ‘Dat was toen toch niet?’
‘Met uitzondering van die ene, hoe heet hij ook alweer?’ Thijs kijkt op. ‘Rietberghen?’
‘James Rietberghen,’ knik ik, terwijl ik twintig jaar word teruggeworpen in de tijd. ‘Als groentje stond ik hier, bleu en onwennig. Het onmogelijke gebeurde. Hij ontglipte me en dat betekende een lange weg aan onderzoeken en verhoren voor mij en Paul.’
‘Fijn begin van je carrière.’ Thijs komt omhoog, kijkt om zich heen. ‘Wat is er in die hoek aan de hand?’ wijst hij. Buiten de bloedspetters om is het inderdaad opvallend dat de plinten los liggen en het laminaat niet op elkaar aansluit. Een plank ligt zelfs tegen de muur.
‘Alsof ze iets hebben losgehaald hier,’ zeg ik, meer tegen mezelf dan tegen Thijs. Ondertussen komen collega’s ter ondersteuning binnen.
‘Bende hier,’ constateert Marco. ‘Ha, Ilse. Is er verder iemand binnen geweest, behalve jullie?’
‘Nee.’ Ik schud mijn hoofd. ‘Hans en Ben reden de noodhulp en hadden vier verdachten te pakken, ze stonden op het punt om te vertrekken. Lizette, Gerard en Nadine ondervragen de studenten in de keuken en de ambu is boven bezig met de jongen die 112 heeft gebeld.’
‘Ja, die reden net weg. Hij was bij.’
‘Top.’ Ik richt me weer op de vloer. Ga op mijn knieën zitten en haal de losse planken weg. Thijs helpt me. ‘Ik weet niet waarom me dit stoort,’ mompel ik. ‘Het klopt niet.’ Ik bonk met de plank op de vloer, denk na. Ineens hoor ik iets. Thijs hoort het ook, want hij komt overeind en steekt zijn hand op naar de collega’s die over het slachtoffer gebogen staan.
‘Jongens, even stil, alsjeblieft …’
We kijken elkaar aan, luisteren gespannen of we iets horen, en daar klinkt het weer. Het lijkt een stem. Een vrouwenstem.
‘Wat is dat?’ vraagt Thijs. ‘Marco! Hier!’
‘Waar komt het vandaan? Het klinkt hol en ver weg.’ Ik druk mijn oor tegen de vloer. Klop met mijn hand op het laminaat. ‘Hallo?’ roep ik.
‘Hebben ze dubbele muren hier?’ Thijs staat op en legt zijn oor tegen de muur. Marco en nog twee collega’s komen bij ons staan. ‘Zit er iemand tussen de muren?’
‘Stamp eens op de vloer,’ zeg ik tegen ik Thijs. Hij stampt drie keer. ‘Hallo! Is daar iemand?’ schreeuw ik. Er klinkt een zwak stemgeluid.
‘Wel godverdomme!’ roept Marco. ‘Er zit hier iemand, maar waar?’ Hij slaat tegen de muur, maakt met zijn handen een kommetje. ‘Hallo! Waar zit je?’
Er klinkt een zachte schreeuw, maar het is overduidelijk een schreeuw. We kijken elkaar geschrokken aan.
‘Hieronder, lijkt het. Zit er nog een ruimte hieronder, of is het bij de buren?’ vraagt Marco zich hardop af. Ik ben al bezig het laminaat los te trekken. Thijs helpt me. Marco trekt de groene ondervloer los. Een collega vraagt om versterking en medische hulp via zijn porto.
‘Waar zit je?’ schreeuw ik, terwijl ik de planken met beleid achter me leg om eventuele sporen niet te wissen.
‘Help!’ klinkt het nu duidelijk.
‘Holy shit, hier zit een luik!’ roept Thijs. ‘Ilse, een luik!’ Hij helpt Marco de ondervloer verder los te halen. Er komt inderdaad een luik onder de vloer vandaan. Hij klopt op het luik.
‘Zit je hier?’ roept hij.
‘Ja, help!’ klinkt het nu iets duidelijker, maar haar stem is zwak. De adrenaline schiet door mijn lijf. Ik grijp samen met Marco de hendel van het luik en trek ’m omhoog. Thijs buigt meteen over het donkerzwarte gat. Water. Ik hoor water.
‘We helpen je!’ roept hij. Zijn stem echoot door de ruimte. ‘We zijn hier, we helpen je!’
Ik buig ook over het gat, knip mijn zaklamp aan.
O mijn God …

1. In Semper Fi wordt Helena's vriendin Kim vermist en krijgt Helena te maken met een dispuut van negen jongens die in een pand wonen dat eigendom is van de jongen waarmee Kim voor ze vermist raakte uitging. Twintig jaar later is Helena getrouwd met Kims broer. Het is duidelijk dat in dit boek alles met elkaar verweven is. Hoe bedenk je de basis voor een dergelijk verhaal en hoe bouw je dat op? Maak je daar van tevoren schema's voor?
Nee! Helemaal niet zelfs. Het lijkt allemaal heel ingewikkeld, maar als je het leest valt het wel mee. Wanneer ik schrijf bedenk ik onderweg ook nog zijweggetjes en veranderen er dingen, uiteindelijk komt het altijd bij elkaar! Vraag me niet hoe!

2. In Semper Fi schrijft Helena een boek over wat haar is overkomen. Door dat boek komen zij en haar gezin in de problemen. Heb jij als schrijver ook wel eens het gevoel dat je sommige verhalen maar beter niet kunt schrijven?
Nee, gelukkig niet. Wat Helena overkomt lijkt me vreselijk. Ik zou heel graag een keer iets over een geflipte leerling willen schrijven, maar omdat ikzelf leerkracht ben lijkt me dat niet handig. In Gefaald is er overigens een verhaallijn die erg tricky is. Gelukkig ben ik daar niet op aangesproken, maar ik wist dat het een gok zou zijn. Toch vind ik het wel leuk om op het randje te schrijven. Mensen mogen er best iets van vinden.

3. Semper Fi is je tweede thriller. Je bent begonnen al schrijfster van liefdesromans en hebt via spannende liefdesromans de overstap naar thrillers gemaakt. Heb je het gevoel dat dit genre beter bij je past en kun je uitleggen waarom?
Nee niet per se. Ik vind het een heel leuk genre, maar ik hou ook van het beschrijven van relaties en familieproblemen. Dat alles zorgt er vaak voor dat ik geen typische thriller schrijf, of een typische roman. Het zijn altijd cross-overs. Wat eigenlijk betekent dat het een mix van genres is. Ik noem het zelf maar gewoon romantische thrillers. Dus het zijn spannende boeken, maar er wordt ook aandacht besteed aan relaties. Dat lees ik zelf ook graag en ik schrijf het graag.

4. Wat kunnen we in de toekomst van je verwachten? Ben je bezig met een volgend boek?
Jazeker, ik ben altijd aan het schrijven. Dat is een fijne afleiding en ik vind het nog ontspannend ook na een drukke werkdag.

Er zijn (nog) geen recensies beschikbaar.