Ondermijnd

OndermijndSuzanne van Brakel
ISBN 978-90-8660-415-9
Prijs € 17,95
Verschijnt najaar 2020

Na veel (media)aandacht voor het oppakken van ‘mollen’ die binnen de opsporing hun ondermijnende gang konden gaan, is het tijd dit onderwerp te belichten vanuit de positie van hun hardwerkende goedwillende collega’s. Maar ook (andere) professionals uit de bovenwereld die zich laten gebruiken door criminelen, bijvoorbeeld om hun geld veilig te stellen en wit te wassen, verdienen aandacht. Criminelen worden immers steeds slimmer en maken gebruik van onder andere notarissen en belastingadviseurs. Ze hebben geld genoeg om dergelijke experts in te huren. Kwalijk gedrag van dit soort lieden die ervoor zorgen dat de onderwereld en de bovenwereld steeds meer met elkaar vermengd raken en waardoor het steeds moeilijker wordt criminelen aan te pakken. Ook dit noemen we ondermijning. En zie daar de verklaring van de titel.

‘Ondermijnd’ vertelt het verhaal van Kris Verburgt, 24 jaar en hoofdagente bij de Amsterdamse politie, in het centrum van de stad. Haar werk bij de politie ziet zij als een roeping. Ze moet dit doen om goed te maken wat haar vader als notoire draaideurcrimineel allemaal kapot heeft gemaakt. Ze leeft volgens de regels en is streng voor zichzelf, maar legt de lat voor anderen minstens zo hoog. Het levert haar soms conflicten op met haar collega’s maar vooral met haar beste vriendin Marit. Ze zijn tegenpolen. Marit is juist spontaan en impulsief hetgeen haar nogal eens in de problemen brengt. Desondanks is Kris soms jaloers op de lossere manier waarop Marit in het leven staat.

‘Joehoe! Daar ben ik!’ Hijgend en met een rood hoofd komt Marit de trap op. ‘Mag ik een cola light van je?’ Dat laatste roept ze over haar schouder richting de serveerster.
‘Zat je er al lang?’ En zonder Kris’ antwoord af te wachten ratelt ze door. ‘Ja, sorry, ik moest de ouderavond voor morgenavond nog voorbereiden. Dat duurde wat langer dan ik had verwacht. En toen gingen collega’s ook nog eens van alles aan me vragen. Nou ja, vandaar dus.’
‘Geen probleem hoor,’ zegt Kris geamuseerd. ‘Ik ben er pas tien minuutjes of zo. Ik was even mijn dienst van vandaag aan het overdenken.’
‘Was het weer knokken?’
‘Nee, helemaal niet. Er was een driejarig jongetje vermist. We hebben de hele dag naar hem gezocht. Familie, vrienden en buren, iedereen hielp mee. Volgens zijn moeder liep hij nooit zomaar weg, dus we waren bang dat hij was meegenomen.’
‘En? Hoe is het afgelopen?’
‘Een buurvrouw heeft hem gevonden. Bij het parkje was een kleine kinderboerderij met dierenhokken. Hij was een kippenhok ingekropen en in een hoekje in slaap gevallen. Maar het was wel heel triest, want die moeder had net een miskraam gehad en dat hadden ze geprobeerd uit te leggen aan dat mannetje. Maar die dacht dat de baby kwijt was en was daarom gaan zoeken.’
‘Ach. Nou gelukkig is hij gevonden en niet door zo’n engerd meegenomen.’
‘Nee, inderdaad. Maar genoeg over mijn werk. Hoe is het met jou?’
‘Een muntthee en een cola light.’ Het meisje zet de glazen op de tafel. ’Willen jullie al iets te eten bestellen?’
‘Sorry, we hebben nog niet gekeken.’
‘Geeft niets, ik kom zo terug.’ Inmiddels heeft ze het drukker gekregen, want een flink aantal tafeltjes is bezet.
Marit pakt de menukaart en Kris volgt haar voorbeeld.
‘Ik ben verliefd.’ Marit verbergt haar hoofd achter de menukaart en zucht.
‘Wie is het, ken ik hem?’
‘Denk het niet, het is een ouder van school. En daarom kan het helemaal niet.’ Ze zucht weer. ‘Maar ik ben dus al wel met hem naar bed geweest. Hij ligt in scheiding hoor,’ voegt ze eraan toe als ze Kris’ afkeurende blik ziet.
‘Jezus, Mar, dat kan je toch niet maken! Getrouwd en een ouder van school! Dat kan echt niet.’
‘Ja en jij dan met die collega toen. Die was toch ook getrouwd?’
‘Ja ja, ik weet het, maar dat was maar één keer en toen is hij verhuisd. En ik heb er heel erg mee gezeten weet je nog?’
‘Ja, dat weet ik nog.’ Marit rolt met haar ogen. ‘Maar jij bent ook altijd zo rechtlijnig. En ontzettend hard voor jezelf. En voor mij.’ Dat laatste zegt ze bijna fluisterend. Ze pulkt aan haar nagels en kijkt naar beneden. ‘Daarom durfde ik het al bijna niet tegen je te zeggen. Maar dat vind ik eigenlijk belachelijk want we zijn beste vriendinnen!’ Ze duwt een pluk haar achter haar oor en kijkt Kris strijdlustig aan. ‘Nou, mevrouw de politieagent, kan ik met u praten zonder meteen te worden veroordeeld?’

1. Je hebt rechten gestudeerd, werkte bij de recherche en bent nu officier van justitie en gespecialiseerd in fraude- en witwaszaken. Hoe kom je dan toch tot het schrijven van een fictief boek? Was dat een jeugddroom of een hobby?
Ik heb altijd al van schrijven gehouden, ik schreef als kind ook al verhaaltjes. Uiteindelijk ben ik qua carrière een andere kant opgegaan waarin schrijven trouwens ook een belangrijk onderdeel is, maar op een zakelijke manier. Ik zocht een manier om wat meer creativiteit kwijt te kunnen en kwam op het idee een opleiding aan de schrijversacademie te volgen en van het een kwam zogezegd het ander. Overigens was voor mij de reden om te kiezen voor het schrijven van dit boek, dat ik mij vaak erger aan boeken en politieseries die ook een verhaal vertellen over de aanpak van criminaliteit, maar enorm ver afstaan van de werkelijkheid. Ik ben de uitdaging aangegaan om een zo realistisch mogelijk verhaal te schrijven. Wel fictief maar het had zo kunnen zijn.


2. Ondermijnd belicht het probleem van "mollen" binnen de recherche vanuit de positie van hun collega's. Waarom vind je het belangrijk dat deze kant van het verhaal verteld wordt?
Allereerst maak ik me al tijden kwaad over de manier waarop politiemensen in de samenleving met enige regelmaat worden bejegend. Zij zijn er voor ons en werken zich uit de naad voor de publieke taken. En daarbij krijgen ze het alle dagen behoorlijk voor de kiezen. Ga er maar aan staan. En vervolgens  worden ze uitgescholden, bedreigd en zelfs aangevallen. Onbegrijpelijk. Toen vervolgens naar aanleiding van de aanhouding van de bekendste politie mol Mark M, de nodige aandacht ging naar de rotte appels tussen al die goedwillende politiemensen, vond ik het tijd eens te laten zien waar dienders op straat zoal mee te maken krijgen, hoe heftig hun vak kan zijn, maar ook wat het met hen doet wanneer er een mol in hun midden verkeert. Wat gebeurt er dan?


3. In Ondermijnd speelt Kris Verburgt, een 24-jarige hoofdagente, de hoofdrol. Behalve de problemen op haar werk, spelen ook haar persoonlijke problemen een grote rol in het verhaal. Was het moeilijk daar een balans in te vinden?
Eigenlijk niet omdat haar verleden Kris heeft gemaakt wie ze nu is, net als bij iedereen natuurlijk. Ik vond het belangrijk haar drijfveren te laten zien en ook waarom ze soms zo hard is voor zichzelf en zich zo rechtlijnig opstelt. En dat heeft natuurlijk effect op hoe ze haar vak uitoefent. Het speelt daarmee een nadrukkelijke rol in het verhaal. 



4. Wat kunnen we in de toekomst van je verwachten? Ben je bezig met een volgend boek?
Ja, ik ben inmiddels begonnen met een tweede boek waarin Kris wederom de hoofdrol speelt. Verder schrijf ik zo nu en dan korte verhalen die ik op mijn website (www.suzannevanbrakel.nl) plaats.


Er zijn (nog) geen recensies beschikbaar.