Goed ziek

Goed ziekLia van Nuys
ISBN 978-90-8660-372-5
Prijs € 15,95
Verschijnt november 2018

Angel lijkt een normale jonge vrouw, misschien met wat meer medische problemen dan gemiddeld, ook in haar jeugd. Verder is er weinig reden tot ongerustheid. Ze heeft een gezin, familie, een goede vriendin en uiteindelijk ook nog zinvol vrijwilligerswerk. Reden tot bezorgdheid is er pas als het ongeluk haar te vaak treft. Dan is er medelijden, maar op den duur ook wantrouwen en zelfs angst. Zal deze arme Angel, die al zoveel heeft meegemaakt, ook nog haar dochtertje verliezen?

Lia van Nuys: “Aan de basis van Angels levensgeschiedenis ligt een kwaadaardige psychose: het syndroom van Münchhausen en later ook Münchhausen by Proxy. Ik probeerde het te begrijpen, wat iets anders is dan ‘er begrip voor hebben.’ Hoe komt iemand er toe een afhankelijk wezen zonder enige reden ernstig te beschadigen?
De psychologische thriller ‘Goed Ziek’ is het resultaat van mijn zoektocht naar mogelijke antwoorden op die vraag. Hoofdpersoon Angel is een romanfiguur, maar haar daden komen uit de werkelijkheid.

Hij keek haar aan met een blik vol begrip en medeleven. Echt een empathisch mens, dat zag je meteen. Hij vroeg of ze haar vestje wilde uittrekken om de huid van haar armen vrij te maken. Daarna sloot hij zijn ogen en streelde met beide handen haar schouders, rug en armen, langzaam en geconcentreerd. Hij knikte, pakte haar bovenarmen stevig beet, streek van boven naar beneden en schudde daarna krachtig zijn beide handen uit, alsof ze nat waren en aan de lucht moesten drogen. Dat herhaalde hij enige malen, diep zuchtend en nog steeds met gesloten ogen.
Angel begreep er niets van maar het wonderbaarlijke geschiedde: zij voelde hoe hij een last uit haar trok, hoe een brok in haar maag oploste.
De man depte met een doekje zijn bezwete voorhoofd, keek haar weer indringend aan en zei: “De medici hebben gezegd dat u niet ziek bent en voorlopig mag u daarop vertrouwen”.
Hij sloot zijn ogen weer. “Zij hebben trouwens gelijk als het alleen om uw lichaam gaat. Ik zie dat aan uw aura en ik voel het aan uw huid, maar daarnaast is ook de uitstraling van verstoorde knooppunten voor mij tastbaar.”
Angel keek hem geschrokken aan, waarop hij met een geruststellend gebaar zijn arm om haar heen legde. “Het zijn geen ongeneeslijke verstoringen, Angel. Ik voel een vertrouwensband. Mag ik Angel zeggen? Ik ben niet bang voor intimiteit.”
“Ja dokter, ja natuurlijk,” stamelde ze
“Noem mij dan asjeblieft Johannes, dat werkt beter dan ‘dokter’.”
Hij keek haar weer diep in de ogen. “Luister goed. Er is een groot verschil tussen ‘gezond’ en ‘niet ziek’.”
Meteen wist Angel dat hier de kern werd geraakt. Deze man keek verder dan zijn neus lang was. Daar konden ze in het ziekenhuis nog wat van leren.

Angel was een regelmatige gast in mijn praktijk, vroeger meestal voor zichzelf. Ik begrijp dat wel. Het was bij haar vaak een kwestie van stress, of van weinig weerstand en weinig veerkracht. Soms had ze extra vitaminen nodig of iets voor de onregelmatige spijsvertering, wat me eigenlijk niet verbaasde met haar grillig eetpatroon. Soms was ze grieperig en adviseerde ik een paar dagen bedrust. Hetzelfde patroon zag ik de laatste tijd bij Ariadne, die ook uiterlijk veel weg heeft van haar moeder. Ook bij haar was de kwaal meestal snel genezen, maar het gebeurde me inmiddels iets te vaak. Toch zorgelijk. Angel had wel een idee wat de oorzaak was.
“Waarschijnlijk is ze allergisch voor alle troep die Jean haar stiekem geeft.”
Ik schrok. “Troep? Wat geeft hij haar dan?”
“Alles wat slecht is. Friet, ijsjes, marshmallows. Allemaal vlak voor het eten, zodat ze nooit honger heeft als mijn gezonde voeding op tafel komt. Misschien moet je Jean hierover eens aanspreken, want naar mij luistert hij niet.”
Daar zat ik een beetje mee. Jean zomaar aanspreken is natuurlijk uitgesloten en ik betwijfelde of hij op eigen initiatief advies zou komen vragen. Bovendien kon ik me niet voorstellen dat hij zo slecht zou omgaan met zijn oogappel.
Om te beginnen verwees ik haar daarom naar Edmond, een kinderarts in het ziekenhuis met wie ik goed contact heb, al dacht ik nog niet dat er iets ernstigs aan de hand was. Angel protesteerde niet, ze leek blij met de verwijzing.

Gefeliciteerd met je derde roman bij Ellessy. Wat kun je ons vertellen over dit boek?
Wat ik wilde bereiken was een spannend en gemakkelijk leesbaar verhaal over een moeilijk onderwerp, een ingewikkelde psychische stoornis die me al jaren intrigeerde. Ik had al tamelijk veel research gedaan, liet het steeds weer in de la liggen als ik twijfelde over de gekozen structuur en de personages, maar besefte tenslotte dat het een keer af moest. Het bekende verhaal: je kunt eeuwig smoezen verzinnen, maar als je er niet voor gaat zitten komt het nooit af. Het is de levensgeschiedenis geworden van een gefantaseerd persoon, maar gebaseerd op werkelijke gebeurtenissen.

In Goed Ziek gebruik je het thema syndroom van Münchhausen by Proxy. Hoe heb je de research hiervoor gedaan?

Ik heb gegevens verzameld van gevallen die in de publiciteit kwamen, maar ik heb vooral hulp gekregen van medici die er direct mee te maken hadden in hun praktijk. Als voormalig journalist kies ik graag primaire bronnen, dus ik was erg blij met hun medewerking. Het waren zeer verhelderende gesprekken, die mij de mogelijkheid gaven een hoofdpersoon te creëren. Er zijn ook praatgroepen en publicaties over en door slachtoffers, maar ik wilde de psychische achtergrond van de stoornis begrijpen voor zover dat mogelijk is. Ik heb dus niet geschreven vanuit het perspectief van de slachtoffers, maar van de dader, de daderes in dit geval. Daarvoor heb je deskundige bronnen nodig. Mensen met dit syndroom blijven ontkennen, soms zelfs als ze op heterdaad worden betrapt.

Kun je jezelf herkennen in Angel, een personage in je boek? Waarom?

Integendeel. Ik kan meeleven met lijdende medemensen, ik ben niet graag ziek en ik pretendeer niet dat ik verstand heb van medische zaken, al kom ik er vaker mee in contact naarmate ik ouder word, net als leeftijdgenoten uit mijn kennissenkring. Je moet er dan voor waken dat niet alle gesprekken over ziekte en dood gaan.

Wat kunnen we in de toekomst van je verwachten?

Er ligt nog half boek op de plank, zoals dat heet. Geen roman, maar ook geen droge non-fictie. Ik weet niet of het iets wordt. Ik ben er 12 jaar geleden aan begonnen en werd steeds afgeleid door drama’s in mijn leven of door meer actuele schrijverij. Er zit geen druk achter, behalve dat ik het misschien moet gebruiken om mezelf geestelijk een beetje actief te houden.

Er zijn (nog) geen recensies beschikbaar.